(Oud) Loilenaren vertellen...
In deze rubriek willen wij (oud) Loilenaren oproepen en daarmee de gelegenheid geven om hun verhaal te doen. De enige voorwaarden die we daaraan stellen zijn dat het duidelijk betrekking heeft op Loil en het een positieve insteek moet hebben, hetgeen niet uitsluit dat het best kritisch, triest, hilarisch of bizar mag zijn. Klik hier voor verdere uitleg hoe uw verhaal erbij kan komen.
 
Herinneringen van Gerrit Jacobs - Van september 1956 tot 1962
 
Met een vraag aan de webmaster van Loil Digitaal waar ik de verhalen kan lezen van de oud-Loilenaren die vertellen of schrijven, kreeg ik als antwoord dat er helaas nog geen reacties zijn. Als ik op de site van Loil Digitaal kijk vraagt men daar al jaren om. En dat in een dorp waar zoveel gebeurt. "Kom op minse, pak de pen, potlood of de computer en schrijf iets op, er is altijd wat leuks te bedenken of voor de volgende generatie te bewaren."

Ik wil de spits wel afbijten met het volgende verhaal: ofwel een kleine biografie van mij zelf.
Steeds als wij in Loil bij een activiteit op bezoek komen en een praatje met iemand maken, vraagt men heel vaak: "Gerrit ook weer in het dorp?" "Ja hoor." Velen van u weten dat wij graag in het Loilse dorp bij het carnaval, schuttersfeest, sfeermarkt of spaarkas vertoeven. Wij voelen ons daar thuis, alsof wij in Loil wonen. Men vraagt ook vaak: "Moet je vandaag nog naar Houten?" "Ja, de ene keer wel, de andere keer niet." Nou ja, ongeveer 83 km is nog wel te doen. En soms overnachten we bij kennissen in de buurt. Of op de camping bij een broer van mij, Peter en Ans Jacobs-Smits in Aerdt.

Even een stukje van het begin ofwel het verleden.
Reeds in 1956 leerde ik Dienie Stienezen kennen in Arnhem bij wederzijdse kennissen. Na een motorvacantie in Duitsland reden we op de terugweg langs een broer van mijn motorvriend en overnachtten daar van zaterdag op zondag. Daar kwam bij toeval Dienie Stienezen met een vriendin op bezoek. Later bleek dat onze gastheer en -vrouw in de oorlogstijd bij de ouders van Dienie geëvacueerd waren geweest, vandaar deze ontmoeting.
Een week later, op 16 september 1956, spraken we een tegenbezoek af in Loil (dit was de eerste keer dat ik in Loil kwam). Na een mooie middag bij Dienie thuis reisden we laat in de middag weer huiswaarts. Bewust had ik mijn fototoestel laten liggen, zodat ik een mooie reden had om terug te komen in Loil. Weer een week later reed ik op mijn 500 cc Matchless motor, volgens afspraak naar het Loilse voetbalveld. Toen nog in de wei van de familie Rasing, waar ik Dienie met haar vriendin Anny Koster weer ontmoette. Haar vader, die er ook bij was, nodigde mij uit mee naar huis te gaan voor de thee. Een leuke bijkomstigheid was dat veel mensen die naar het voetballen keken bij mijn motorfiets gingen kijken, tot ik weer opstapte om met de dames en haar vader mee te gaan naar de Groenenstraat 11. Na weer een mooie ervaring en de nodige afspraakjes vertrok ik weer naar Houten. Dat was toen een behoorlijke reis via Didam, Zevenaar, Duiven, Westervoort, Arnhem, Ede, Veenendaal, Utrecht, Houten. (In die tijd was de autobaan A12 er pas tot Ede.)
Daar ik in deze periode ook gesolliciteerd had voor een nieuwe baan bij de ANWB als wegenwacht, was het op 17 september 1956 dat ik voor de opleiding naar Den Haag moest. Na ongeveer vier weken opleiding reed ik met de zijspan-motorcombinatie, een 600 cc BSA, naar Houten. Vervolgens weer op de Matchless naar Loil. En zo ging het door, een weekeind vrij en het volgende weekeinde weer dienst. In de loop der jaren leerde ik in Loil veel mensen kennen bij bezoek aan carnaval en schuttersfeesten. Ook bij café Schaars en bij café Rasing, waar ik op zondag na de kerk wel eens ging biljarten met buurman Reintjes en anderen die er waren. Ook moest ik even wennen aan het dialect, vooral aan de roepnaam van "rooie Dorus". Ik dacht: "dat kan toch niet de goeie naam zijn?" Maar als je goed luistert, went dat ook. En zo burgerde ik in, in de Loilse gemeenschap!

In de volgende jaren gingen we steeds verder met het verkennen van de omgeving, leerden veel buurtgenoten kennen, zoals ook wederzijdse familieleden, bezochten de Diemse kermissen, meimarkt, enzovoort. In 1959 ben ik door de eerste prins carnaval (Gerrit Bolder) bij mijn schoonouders thuis gestrikt voor het lidmaatschap, waar ik tot op heden nog lid van ben. En zo maakten wij de eerste feesten mee bij de familie Schaars. En bouwden de volgende jaren in de buurt mee aan carnavalswagens, zoals bij de familie Teun Donkers en bij de familie Van Alst, later ook bij de familie Buunk. Ik werd veelal voor technische dingen gevraagd, als geluid en muziek op en bij de wagens, waar ik veel plezier aan beleefde en graag aan mee gewerkt heb. Ook in die tijd pasten wij wel eens in het weekend op bij Jan en Dora ter Heerdt en leerde ik ook via deze familie Berend Smits en zijn gezin in de Kloosterstraat kennen, waar ik later veelvuldig op bezoek kwam. Later is ook een broer van mij, Peter Jacobs, met de oudste dochter Ans getrouwd, die in Aerdt zijn gaan wonen. Ook ben ik in Loil in contact gekomen met "boertje Smits", die een meelhandel had. Zijn mooie oude Dodge vrachtauto heb ik regelmatig gerepareerd, of gaf ik advies. Later bemiddelde ik bij de aanschaf van een Austin vrachtauto, waar "boertje" zelfs in de winter sneeuw mee kon schuiven en strooiwerk mee verrichtte. Zeer gastvrij werd ik ontvangen tijdens deze activiteiten. Mevrouw Smits verwende mij met uitsmijters. Ik leerde ook dat gezin kennen, alsmede Wim Dieker en Henk Goossen de schoonzonen. Zo herinner ik mij nog dat tijdens een bezoek aan de familie Smits op televisie de aanslag op John F. Kennedy werd uitgezonden.

Trouwfoto Gerrit Jacobs en Dienie Stienezen - gemeentehuis Didam met motoren met zijspan van ANWB Wegenwacht
Onze verkeringstijd duurde zeven jaar en na een tussentijdse verloving zijn we heel gelukkig getrouwd op 25 mei 1962. De bijgaande foto laat zien dat wij in het uniform van de wegenwacht gekleed waren. Met nog vijf collega's als begeleiding reden we naar de kerk in Loil en het gemeentehuis in Didam. Zo laat de volgende foto zien dat we poseerden voor de zaal van de familie Rasing, die de foto nog jaren in het café aan de wand had hangen. Het bruidsmeisje was Mathilde Smits uit de Kloosterstraat. Vervolgens waren we te gast in de genoemde zaal. Een leuke bijkomstigheid was een uitspraak van Teun Koenders, een dorpsfiguur die assisteerde in de bediening bij Rasing, die in de vroege morgen tegen zijn vrouw zij: "kiek nou eens naor buuten". En ineens zag zij vier schoorsteenvegers voorbij rijden met gele motorfietsen. (Er schijnt in die tijd in die omgeving een schoorsteenveger rondgereden te hebben met een geel gekleurde zijspanmotor.) Na deze gebeurtenissen hebben wij de eerste huwelijksnacht doorgebracht bij Hotel Driessen in Didam, alsmede familieleden en kennissen. De volgende dag zijn we naar Houten gereden waar we onze intrek genomen hebben in een kleine woning aan de Loerikseweg. Daar hebben we krap drie jaren gewoond en is onze dochter Jessica geboren op 18 Juli 1964. Vervolgens zijn we in januari 1965 verhuisd naar de Prinses Ireneweg 10, waar we nu nog wonen. En waar hier in Houten de jaren verstrijken, wordt op 6 maart 1969 onze zoon René geboren. Daarmee kwam ons gezinnetje op vier personen. Vervolgens waren we regelmatig weekeinden in Loil, en dan weer in Houten. Zo onderhielden we regelmatig een goede binding met het oudershuis aan de Groenestraat 11 in Loil. Evenals met de omgeving, buren en dorpsgenoten. Zo heb ik bijvoorbeeld voor alle kinderen van Willem en Dien Ankersmit (de buren van Dienie) de trouwauto gereden. Als eerste Henny Ankersmit en Gerrit Linnenbank. Later volgden de anderen.

Zo nu maak ik voorlopig een einde aan dit verhaal met de bedoeling later terug te komen met een vervolg op verhalen voor de site oud-Loilenaren vertellen.

Met groeten van Gerrit en Dies Jacobs uit Houten.
Trouwfoto Gerrit Jacobs en Dienie Stienezen - voor zaal RasingTrouwfoto Gerrit Jacobs en Dienie Stienezen - langs de markthal in Didam op weg naar het gemeentehuis
Trouwfoto Gerrit Jacobs en Dienie Stienezen - bruidsportret